Het Zweedse elftal: 11 must-reads voor deze zomer

We hebben er vorige week al veel over gezegd: er is zoveel controverse rondom het WK voetbal in Amerika, Mexico en Canada dit jaar dat steeds meer oranjefans afhaken. Maar laat de tegenstanders die 'onze jongens' deze weken tegenkomen dan in ieder geval een goede aanleiding zijn om ons meer in internationale literatuur te verdiepen. Vandaag – op de dag van Nederland-Zweden – tipt schrijver, kunstschilder Martijn Couwenhoven een elftal met Zweedse must-reads. Met zijn uitgeverij Oevers focust de auteur zich al sinds 2016 op Scandinavische literatuur.

Thema

Verplichte Kost

Tags

Boektips Zweden

ILFU Members kunnen het festival terugkijken op onze streamingdienst ILFU+

bekijk de video's

Stig Dagerman – Natte sneeuw (1965, vertaald door Bernlef en Bart Kraamer)

In 1965 verscheen onder de titel Natte sneeuw een door Bernlef samengestelde en vertaalde keuze uit de verhalen van Stig Dagerman (1923-1954). In de huidige editie zijn die aangevuld met nieuwe vertalingen van niet eerder in het Nederlands verschenen verhalen, zodat nu voor het eerst alle korte prozateksten van Dagerman zijn verzameld.

Ia Genberg – De details (2022, vertaal door Janny Middelbeek-Oortgiesen)

Een vrouw ligt met hoge koorts op bed en denkt terug aan vier mensen die haar leven gevormd hebben. In deze vier portretten wordt de relatie van elk personage met de hoofdpersoon onthuld, ogenschijnlijk aan de hand van details. Maar wie is eigenlijk het onderwerp van het portret, degene die wordt geschilderd, of degene die de kwast hanteert?

Marit Kapla – Osebol (2019, vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen)

In een eigenzinnige, poëtische vorm laat Marit Kapla de stemmen klinken van ongeveer veertig volwassen inwoners van Osebol – over het alledaagse leven in het dorp, over hun herinneringen aan het verleden, hun dromen en angsten voor de toekomst.

Johanne Lykke Holm – Strega (2024, vertaald door Eline Jongsma)

Rafa arriveert in het afgelegen bergstadje Strega om samen met acht andere meisjes te werken in het majestueuze Hotel Olympic. Maar het hotel blijft verlaten. Holms hallucinerende proza bezit een magnetische bekoring. Met ieder woord eist ze je volledige aandacht, waardoor Strega een boek is dat je geen moment loslaat.

Lisa Ridzén – De kraanvogels vliegen naar het zuiden (2024, vertaald door Geri de Boer)

Bo, 89 jaar, was ooit een sterke man die zijn hele werkende leven in dienst was bij een houtzagerij. Nu laat zijn lichaam hem geleidelijk in de steek. Een ontroerende roman over ouder worden, de macht over je eigen leven behouden, vriendschap en de speciale band tussen mens en dier. Verkozen tot Roman van het Jaar 2024 in Zweden.

Lydia Sandgren - Verzamelde werken (2020, vertaald door Eline Jongsma en Janny Middelbeek-Oortgiesen)

Martin Berg, eigenaar van een kleine, noodlijdende uitgeverij, belandt in een levenscrisis. Enkele jaren geleden verdween zijn vrouw, Cecilia Berg, uit zijn leven en liet een enorme leegte achter. Nu hij op middelbare leeftijd terugkijkt op zijn leven, kan hij alleen zien wat had kunnen zijn. Bekroonde debuutroman van bijna 800 pagina’s, waaraan Sandgren tien jaar werkte en waarmee ze in één klap een literaire ster werd.

Alex Schulman – De zeventiende (2025, vertaald door Angélique de Kroon)

Van de auteur van De overlevenden wederom een mooi verhaal over de kindertijd: Vidar is geschorst na een gewelddadig incident op de school waar hij lesgeeft. Thuis vindt hij tijdens het opruimen het telefoonnummer van het oude zomerhuisje van zijn familie. Als hij het nummer intoetst, hoort hij aan de andere kant van de lijn de stem van zijn vader die allang dood is.

Gun-Britt Sundström – De wederhelft (1976, vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen)

Martina en Gustav ontmoeten elkaar tijdens hun studententijd in Stockholm en worden verliefd. Maar wat betekent het om samen te zijn? Voor Gustav is liefde een belofte, het begin van iets duurzaams. Voor Martina is het precies het tegenovergestelde. Sundström legt bloot hoe ingewikkeld het is om lief te hebben zonder jezelf te verliezen.

Mattias Timander – Tussen het bos en de boulevard (2024, vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen)

Deze debuutroman, waarin de natuurbeschrijvingen van Knut Hamsun en de stadse melancholie van Patrick Modiano doorklinken, is een wervelend geschreven verhaal over dorpsconflicten, de eenzaamheid van de stad, naamloze cafés en de vraag waar je thuishoort.

Andrev Walden – Mijn zeven vaders (2023, vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen)

Tijdens een familieruzie in een klein huis in de Zweedse bossen hoort de zevenjarige Andrev dat zijn vader niet zijn echte vader is. Debuutroman over opgroeien in de puinhopen van de hippietijd.

Lina Wolff – De polyglotte geliefden (2016, vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen)

Drie mensen wier levens onverwacht met elkaar verstrengeld raken door een gedeelde zoektocht naar verbinding én door een uniek, verloren gewaand manuscript. In deze bekroonde roman, die zich afspeelt in Zweden en Italië, onderzoekt Wolff machtsverhoudingen en de manipulatieve eigenschappen van de literatuur.