Statusmaxxing door ruimte en tijd: Manosphere-literatuur deel 2

Als fictie ons helpt om de wereld beter te begrijpen, dan moet dat ook gelden voor een beter begrip van de verlokkingen en valkuilen van de manosphere. Enkele weken geleden tipten we acht romans met mannen die een nieuwe rol zoeken, nu traditionele mannelijke kwaliteiten minder belangrijk worden gevonden. Dit keer speuren we de wereldgeschiedenis af naar literatuur die inzichtelijk maakt hoe manosphere-influencers hierop inspelen: met beloften over hoe ze met een alfaman-mentaliteit sociaal kunnen opklimmen.

Als deze lijst iets laat zien, dan is het wel dat dergelijke beloften van alle tijden en culturen zijn, en dat de eeuwige statusjacht vrijwel altijd tragisch afloopt. Van de oude Grieken reizen we via het 19e eeuwse Frankrijk en de Great American Novel naar het naoorlogse Japan, om na deze duizelingwekkende speurtocht naar statusmaxxers-avant-la-lettre weer veilig thuis te komen.

Thema

Verplichte Kost

Tags

Leestips Manosphere Mannelijkheid

ILFU Members kunnen het festival terugkijken op onze streamingdienst ILFU+

bekijk de video's

De oude Grieken over mannelijke dominantie en status

Goed, Churchill spant de kroon, maar als er daarna een groep historische denkers en schrijvers voortdurend contextloos wordt geciteerd door hedendaagse influencers, dan zijn het wel de oude Grieken. Terwijl die context in dit geval juist alles is, zoals je aan deze drie voorbeelden kunt zien.

Plato – Gorgias (+/- 380 v. Chr.)

In deze dialoog debatteert Socrates met Callicles – een jonge, ambitieuze Griek wiens denkwijze erg doet denken aan de moderne alfamannen-retoriek. Volgens Callicles dicteert de natuurwet dat de sterken het recht hebben om over de zwakken te heersen, en dat het maximaliseren van je eigen verlangens, status en macht het hoogste goed is. Statusmaxxing dus. Influencers citeren Callicles als een 'visionair' die durfde te zeggen waar het op staat, maar vergeten daarbij heel handig de rest van de dialoog. Daarin vergelijkt Socrates hem met een lekkend vat en een allesbehalve sterke leider: iemand die vooral slachtoffer is van zijn eigen statushonger en constant zijn imago moet aanpassen om populair te blijven.

Homerus – Ilias (+/- 750 v. Chr.)

In dit verhaal verkiest Achilles bewust een kort maar glorieus leven boven een lang, anoniem en rustig bestaan. Gymfluencers zien daarin een diep mannelijke drang om herinnerd te worden en boven de massa uit te stijgen. Ze gebruiken citaten over Achilles en de Spartanen om een cultus van meedogenloze zelfopoffering en fysieke dominantie te prediken, maar wat ze weglaten is de tragedie in dit epos: de obsessie met status vernietigt uiteindelijk Achilles’ menselijkheid, kost het leven van zijn beste vriend Patroclus en laat hem achter als een emotioneel gebroken man. Homerus schreef het werk juist als een waarschuwing tegen extreme trots; niet als handleiding.

Xenophon – De vorming van Kyros (+/- 370 v. Chr.)

Xenophon gebruikt het leven van Cyrus de Grote om zijn ideaalbeeld van leiderschap uiteen te zetten. Hij typeert Cyrus als iemand die door meedogenloze zelfdiscipline, fysieke dominantie en strategisch vernuft een wereldrijk opbouwt. Voor businesscoaches is hij het ultieme voorbeeld van een alfa-leider wiens bloeddorstigheid hem het recht geeft op succes. Maar ook hier worden weer cruciale passages verzwegen: Cyrus’ succes is minstens zozeer te danken aan deugd, gerechtigheid, en het belonen van loyaliteit.

De Franse 19e-eeuwse sociale klimmers

Lange tijd voordat internetfora het over sociale status hadden, perfectioneerden de Franse realisten het archetype van de jonge, ambitieuze man die via manipulatie, uiterlijk vertoon en het verleiden van hooggeplaatste vrouwen de ladder probeert te bestijgen.

Stendhal – Het rood en het zwart (1830)

In Stendhals tweede roman volgen we de ambitieuze Julien Sorel, die zich bevindt in het benepen klimaat van de Restauratie waarin de verkalkte Franse aristocratie krampachtig probeert haar oude rechten terug te winnen. Sorel werkt aan een carrière die hem doet stijgen op de sociale ladder. Voor iemand uit de lagere burgerij is dat een bijna onmogelijke opgave, maar met zijn superieure intelligentie en zijn succes bij vooraanstaande vrouwen verzet hij zich tegen zijn lot. Als het niet in het rood van het soldatenuniform kan, dan maar in het zwart van de priestertoog.

Honoré de Balzac – Verloren illusies-reeks (1837-1843)

‘Het hoofdwerk binnen het werk’, zo noemde de schrijver deze reeks zelf. De jonge ambitieuze dichter Lucien Chardon trekt naar Parijs, waar hij hoop te kunnen debuteren. Hij maakt kennis met intellectuelen, journalisten, sekswerkers, toneelspelers en met elkaar concurrerende uitgevers. Hij ontdekt de cafés waarbij de literaire goegemeente samenkomt én de macht van het geld. Maar, net als de Ilias en andere Griekse tragedies, doet zijn opportunisme hem ten slotte de das om.

Guy de Maupassant – Bel-Ami (1885)

Op de boulevard in Parijs vinden we de aan lagerwal geraakte Georges Duroy, oftewel Bel-Ami. Een ontmoeting met zijn oude vriend Charles Forestier bezorgt hem een baan bij de krant La Vie Française. Zijn lef compenseert ruimschoots zijn gebrek aan cultuur, maar hogerop raakt hij vooral door welgestelde vrouwen, die wel of niet getrouwd zijn, te verleiden. Met zijn gladde praatjes en mooie uiterlijk wordt hij een van de rijkste Parijzenaren.

De Great American Novels

Is de American Dream niet de vleesgeworden statusmaxxing? Het idee dat iedereen uiteindelijk bij de elite kan horen, als hij maar hard genoeg werkt? Deze drie moderne Amerikaanse klassiekers laten zien wat er kan gebeuren als je blind een droom najaagt die snel in een nachtmerrie kan veranderen.

F. Scott Fitzgerald – De grote Gatsby (1925)

Zoals Auke Hulst vorig jaar schreef in zijn ILFU-tiplijst over social climbers: ‘Een tijdloze deconstructie van de Amerikaanse droom en de twijfelachtige verhouding die Amerika heeft met geld en klasse. Zoals Fitzgerald zelf probeerde een geslaagd schrijver te worden om de chique Southern Belle Zelda Sayre te kunnen veroveren, zo probeert Jay Gatz zijn jeugdliefde Daisy te verleiden. Na fortuin te hebben gemaakt met illegale bezigheden vindt hij zich daartoe opnieuw uit als Gatsby, nouveau riche die aan de overzijde van de baai een immense villa betrekt, waar hij spetterende feesten geeft die Daisy – oud geld – moeten lokken. Met tragische gevolgen.’

Bekijk alle tips van Auke Hulst

Bret Easton Ellis – American Psycho (1991)

Patrick Bateman is een aantrekkelijke, intelligente jongeman, die een vermogen verdient op Wall Street. Overdag bezoekt hij dure, trendy restaurants en brengt hij zijn lichaam in perfecte conditie in de sportschool. ‘s Nachts begaat hij misdaden die zo gruwelijk zijn dat ze ons verstand te boven gaan. Een grimmige, verontrustende zwarte komedie over de excessen van ongebreideld kapitalisme, hebzucht en oppervlakkigheid.

Patricia Highsmith – De getalenteerde meneer Ripley (1955)

Nog zo iemand die bereid is over lijken te gaan om iets van status te vergaren. Tom Ripley, een jonge streber uit een gebroken gezin, probeert voet aan de grond te krijgen in Manhattan. Door een rijke industrieel wordt hij erop uitgestuurd om diens ‘verloren zoon’ Dickie Greenleaf terug te halen uit Italië. Eenmaal aan de Italiaanse kust raakt Ripley volledig geobse­deerd door de onbezorgde, luxueuze levensstijl van playboy Dickie en zijn vriendin Marge. Als de rijkeluiszoon na enige tijd genoeg heeft van zijn bezoeker, demonstreert Ripley zijn uitzonderlijke talent voor moord en maskerade.

De Japanse 'mislukte mannelijkheid' en de obsessie met esthetiek

Nauw verwant aan het maximaliseren van je sociale status is het looksmaxxing – met extreme uitwassen als het bewerken van je eigen kaak met een hamer, in de veronderstelling dat je hiermee de indrukwekkende kaaklijn ontwikkelt.

In de Japanse naoorlogse literatuur zien we ook zo'n obsessie met uiterlijk. Na de vernedering van de Tweede Wereldoorlog heerste verwarring: de militaristische samoerai-ethos leek failliet, en een westerse consumptiemaatschappij kwam op. Dit leidde tot personages die geobsedeerd raakten door discipline, zelfopoffering en een gebeeldhouwd mannelijk lichaam.

Yukio Mishima – De zee van de vruchtbaarheid-reeks (1969-1971)

Mishima verzette zich als schrijver en activist hevig tegen teloorgang van oude Japanse waarden en vond dat het ethos en de oude erecode van de samoerai moesten worden hersteld. Hij was geobsedeerd door zelfopoffering, fysieke pijn en bloed (een obsessie die uiteindelijk zou resulteren in een schokkende publieke zelfdoding). Mishima beoefende meerdere vechtsporten om zijn lichaam in vorm te houden – ergo, zoals we nu zouden zeggen: een echte looksmaxxer. Ook zijn mannelijke personages, bijvoorbeeld in zijn grote romancyclus De zee van de vruchtbaarheid, zijn vaak in de ban van onbereikbare schoonheidsidealen, intellectuele superioriteit en een destructieve drang naar puurheid.

Osamu Dazai – Als mens mislukt (1948)

‘Een leven vol schaamte heb ik geleid. Het dagelijks bestaan van mensen, daar krijg ik geen vat op.’ Het zijn de eerste zinnen uit het dagboek van Yozo Oba, een jongeman die leeft in een steeds woeliger Japan. Zijn ouders zijn altijd afwezig en hij heeft moeite om contact met leeftijdsgenoten te maken. De wereld om hem heen begrijpt hij niet. Als mens mislukt is dankzij BookTok uitgegroeid tot een cultklassieker onder jonge mannen; de protagonist voelt zich totaal losgekoppeld van de mensheid, acteert een personage om erbij te horen, en glijdt uiteindelijk af in steeds destructiever gedrag. Helaas overleed ook Osamu Dazai op tragische wijze: een maand na verschijnen van deze roman kwam hij om het leven door zelfdoding.

Terug in de polder: Wessel te Gussinklo’s Ewout Meyster-cyclus

Dankzij dit boeiende Substack-artikel van Martin Voogd van De Twintigers komen we aan het eind van deze wereldreis thuis in Nederland: Voogd herkent in Wessel te Gussinklo’s romanpersonage Ewoud Meyster namelijk een duidelijke Nederlandse voorloper van de statusmaxxers. Hij haalt daarbij twee titels uit de reeks aan, die ik ook jullie niet wil onthouden.

Wessel te Gussinklo – De opdracht (1995)

De opdracht is het tweede deel uit de cyclus, waarin de veertienjarige Ewout naar een zomerkamp voor verzets- en oorlogskinderen gaat. Hij wil een persoonlijkheid te worden, iemand die boven de rest uitsteekt. ‘Thuis heeft hij moeilijke woorden (“autark”, “inherent”) en scherpe comebacks (“een-nul, die is voor jou”) ingestudeerd,’ vat Voogd samen in zijn artikel, ‘en tijdens het kamp is hij voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om de aandacht te trekken en vast te houden. Zijn taalgebruik en overdreven gedrag leiden ertoe dat hij steeds meer geïsoleerd raakt en uiteindelijk compleet faalt in het volbrengen van zijn opdracht.’

Wessel te Gussinklo – De hoogstapelaar (2019)

Meer dan twintig jaar na het tweede deel verscheen dan toch het derde: De hoogstapelaar. Ewout is zeventien inmiddels, en heeft vrienden gemaakt, die hem zelfs bewonderen. Voogd: ‘Hij organiseert spreekuren waar zijn vrienden heen kunnen voor advies, bijvoorbeeld over hoe om te gaan met de seksuele avances van een bevriende jongen. Ook zijn gedachten over een foto van een dirigent passen bij het wereldbeeld van de ‘manosphere’: “Zo’n hoofd hebben, zo’n gezicht met net zo’n kaak en ook die groeven en donkere holten onder de krachtig uitstekende jukbeenderen, en de nobele welving van de iets gebogen neus. En natuurlijk zulke ogen; ogen, sterk en dwingend, maar toch met minzaamheid en begrip. Zo’n gezicht, zo’n uiterlijk, de voorsprong die je dan had.”’