Ik kan het beste schrijven als ik mijn brein op een dag als het ware overstimuleer. Dit kan bijvoorbeeld door een literair festival te bezoeken en talloze programma’s te bezoeken. Als ik dan vermoeid met de trein naar huis ga, vloei ik leeg en kan ik zo drie pagina’s vol tikken en vanuit daar kan ik gemakkelijk een eindproduct realiseren. Dit is een ideaal scenario, maar ik moet ook gewoon werken, het kost tijd en geld en soms na een drukke week heb je niet nog zin om te gaan luisteren naar vier lezingen en vijf voordrachten. Dus geef ik graag het volgende mee. Iedereen kent een innerlijke criticus, de ene is strenger dan de ander, maar vaak kan deze ons hele schrijfproces platleggen. Luister naar deze criticus, geef die een naam en leer diens zwakke plekken kennen, vervolgens gebruik je deze informatie om die uit te schakelen. Maak er je eigen actiefilm van. Wat ik dus eigenlijk probeer te zeggen is leer jezelf kennen en weet wat wel en niet werkt. Soms is lief zijn voor jezelf, lief zijn voor jezelf en soms is lief zijn voor jezelf, streng zijn voor jezelf (dankjewel psycholoog). Uiteindelijk vind je de manier die voor jou het beste werkt en gaat het schrijven makkelijker. En natuurlijk het lekker veel luisteren en/of lezen van poëzie. Ikzelf kijk erg op naar de poëzie van Maxime Garcia Diaz, Merel van Slobbe en Roan Kasanmonadi. Hun thema’s schuren aan die van mij en hebben er onder andere voor gezorgd dat ik schrijf wat ik nu schrijf.