Je werkt nu aan een nieuwe roman.
Ja, ik zit nu aan de laatste grote herschrijfronde. Ik hoop het voor de zomer in te leveren en dan zal ik er de zomer nog een keer helemaal goed doorheen moeten. Hopelijk komt het begin volgend jaar uit.
Kun je er al iets over vertellen?
Het is een heel dik boek.
Iets meer nog?
Nou, dat alleen was op zich al heel interessant, om zes jaar aan zo’n groot boek te werken, maar het is gebaseerd op het koloniale verleden van mijn Belgische familie in Congo, waar mijn grootouders als prille twintigers naartoe trokken en waar mijn vader geboren is. Ik ben daar twee jaar geleden naartoe gegaan om research te doen en om een aantal plekken te bezoeken waar zij gewoond hebben. Dat heeft geresulteerd in een verhaal met drie vertellagen over een periode van honderd jaar.
Is het wel te doen om andere fictie te schrijven terwijl je met je hoofd in zo’n groot verhaal zit?
In brede zin merk ik dat mijn leven de voorbije twee jaar veel kleiner is geworden door dit boek, mijn actieradius is kleiner, en ik kan slechter een grotere variëteit aan activiteiten verdragen. Het is een intensief boek, een tunnel waar ik steeds dieper ben ingegaan. Nu het bijna klaar is, denk ik vaak: O, ik ga zo ontzettend veel vrije tijd hebben straks, dan ga ik mijn vrienden in België weer bezoeken, het zal zo fantastisch zijn – waar ik waarschijnlijk ook weer te optimistisch over ben, maar goed.
Het was aanvankelijk ook best lastig om naar een kortverhaal om te schakelen, maar toen ik aan ‘Kerhuen’ begon was mijn redacteur toevallig net mijn ingeleverde tekst aan het lezen en aan het redigeren, dus ik kon sowieso eventjes niks doen aan het boek. Uiteindelijk was het heel prettig, de verandering van omgeving.
Heb je nog schrijfadvies voor onze lezers?
Een pragmatische: het Nederlands bevat talloze woorden die we haast gedachteloos uitspreken of opschrijven, maar die in feite nauwelijks betekenis hebben. Ik noem ze ruiswoorden. Bijvoorbeeld: wel, nog, toch, maar, dus, ook, terug, dan, dat, toen, want, eens, …
Het zijn woordjes die je er in de flow van het schrijven makkelijk tussen gooit. Ze lijken je tekst ritme te geven en daardoor zijn het ‘lekkere’ woordjes om te tikken en geven ze je onbewust het gevoel dat het schrijven vlot gaat. Dat is een goed gevoel; bij het schrijven van de eerste versies maak ik me er zelden druk om. De realiteit is evenwel dat deze ruiswoorden in het merendeel van de gevallen precies dat zijn: ruis, die de betekenis van je tekst verzwakt of vertroebelt.
Of ik nu een verhaal schrijf of een vuistdikke roman; het laatste klusje voordat ik het werk voor voltooid verklaar is het doorzoeken van mijn document op ruiswoorden. Telkens opnieuw sta ik ervan versteld hoe vaak ik moeiteloos ‘maar’, ‘toch’, ‘nog’ of ‘eens’ uit een zin kan schrappen zonder dat de betekenis verandert. Integendeel, de zinnen worden er strakker en preciezer van. Vergis je niet: het schrappen van ruiswoorden is niet louter een stilistische ingreep, het gaat veel verder: het versterkt en verheldert de betekenis van wat je wil overbrengen aan de lezer.