Op de dag dat in Nederland de opkomstplicht opnieuw werd ingevoerd, op 22 januari 2027, landden Alfred R. Dessinger en zijn moeder op Rio de Janeiro Galeão Airport. Ze verlieten het toestel, liepen achter de meute aan naar de bagageclaim, wachtten op hun koffers en stapten de drukkende hitte van Rio in om een taxi aan te houden, zonder een woord te wisselen. Tijdens de vlucht had Alfred meerdere keren geprobeerd een praatje aan te knopen, maar zijn moeder zat elf uur en drie kwartier bleek voor zich uit te kijken, de handen permanent in de schoot gevouwen. Toen hij voorzichtig haar hand pakte keek ze hem zo fel aan dat hij zijn hand geschrokken terugtrok. Pas toen ze hun hotelkamer binnenliepen en Alfred hun koffers op de bedden gooiden, zei ze één woord. Zijn naam. En in zijn omhelzing begon ze zo gewelddadig te huilen dat hij even bang was dat er in dat kleine lijf iets zou knappen.
Die avond aten ze met het bord op schoot op bed, terwijl CNN berichtte dat Poolse troepen zich hadden overgegeven en de gecombineerde legers van Amerika en Rusland richting Warschau trokken. Trump meldde op Truth Social dat het de intentie van de VS en Israël was dat de oorspronkelijke bevolking van Gaza zou worden ondergebracht in Oekraïne. Poetin was ontwaakt uit zijn coma. De soldatenkogel had zijn stembanden verwoest en een deel van zijn wervelkolom beschadigd. Hij zou niet meer kunnen spreken en de rest van zijn leven in een rolstoel moeten doorbrengen. Ondertussen gingen geruchten dat Amerika al bezig was met het inzetten van klein nucleair arsenaal. Foto’s en filmpjes werden gedeeld op Snapchat en Telegram van dorpen in de grensgebieden met Tsjechië en Duitsland waar complete huizenblokken tot zandkorrels waren gereduceerd. ‘Fake news,’ zei Trump. ‘Schandalige manipulatie van de werkelijkheid,’ zei J.D. Vance. Een migratiestroom kwam op gang naar het westen en zuidwesten van Europa. Op 24 december 2027 riep Nederland vanwege de vluchtelingenstroom de noodtoestand uit, maar pas na een hoogoplopende ruzie in het Catshuis. ‘Dan láát je de regering toch vallen, jij boze kleuter,’ zou de premier hebben geschreeuwd.
De minister van Buitenlandse Zaken had tijdens dat overleg kalm zitten luisteren. Af en toe had hij een vraag beantwoord, maar zelden had hij uit zichzelf gesproken. Zijn telefoon pingde en toen hij zijn nieuwsapp opende, zag hij hoe Vladimir Poetin, afgrijselijk mager en zo grauw dat hij van as leek gemaakt, in een rolstoel het ziekenhuis in Moskou verliet. De camera volgde de Russische president naar de openstaande deuren van een geblindeerd busje. Net voor de deuren werden dichtgesmeten door twee enorme mannen in pakken en zonnebrillen was het interieur van de bus kort zichtbaar. Een lange, graatmagere vrouw in een wit mantelpakje zat op een met wit leer beklede stoel, reikte naar de schouder van de president en boog haar glanzende mond naar zijn oor.
Alfred Dessinger leerde Portugees. De zon had zijn huid permanent gebruind, zijn haar permanent gebleekt. Hij nam een baan bij een non-profitorganisatie die vluchtelingen uit Europa bijstond. De grote steden in de regio waren op dat moment al overbevolkt, en bleken nauwelijks in staat om de duizenden getraumatiseerde mensen op te nemen. Doorreizen naar de VS was uitgesloten. De Mexicaans-Amerikaanse grens was afgesloten door een tien meter hoge muur, van de Golf van Amerika tot de Chinese Oceaan. Om de tien meter stond een scherpschutter met duidelijke instructies: iedereen die de grens tot op vijfhonderd meter naderde werd gezien als een illegale immigrant en mocht worden neergeschoten. Het was een logische uitvergroting van een oud Amerikaans adagium: iemand die zonder jouw toestemming jouw grondgebied betreedt, is fair game om te worden gedood.
Contact met zijn vader was nog steeds mogelijk. Alfred en zijn moeder appten hem iedere avond, korte gesprekken waarin hij de gebeurtenissen van die dag samenvatte en zij hem, iedere dag opnieuw, smeekten om naar Rio te komen. Daar wilde hij niets van weten. De Nederlandse regering stond sinds maart 2028 weliswaar onder Russo-Amerikaanse controle, zoals vrijwel alle Europese regeringen (Turkije en Hongarije uitgezonderd), maar het was de bezetter er alles aan gelegen om revolte zoveel mogelijk te vermijden. Het dagelijks leven diende zijn normale gang te gaan.
Alfred schamperde dat hij de beelden op het journaal nauwelijks ‘normaal’ kon noemen. Lange rijen bij voedselbanken, hele volksstammen die op straat leefden, snelrecht werd meedogenloos toegepast op die enkeling die zich durfde te roeren. Er gingen geruchten rond over executies, en over detentiecentra waar andersdenkenden zonder vorm van proces werden opgesloten. Zijn vader zei dat hij die geruchten ook had gehoord, maar dat hij vooralsnog geen enkel bewijs had gezien dat ze waar waren. Het gebruik van het woord ‘vooralsnog’ joeg een rilling over Alfreds rug.
Een relatief stabiele periode brak aan. De vluchtelingenstromen vanuit Europa richting Zuid-Amerika, Afrika en Australië droogden op. De geruchten stopten, hetzij doordat de executies en detentiecentra tot het verleden behoorden, hetzij omdat men de geruchten had gesmoord. Niemand die het wist. Op 12 november 2028, exact één jaar voor de Amerikaanse verkiezingen, stierf Donald J. Trump in zijn slaap aan een hartaanval. De avond daarvoor had hij gedineerd met de First Lady, zijn vicepresident, enkele ministers en een aantal hoge ambtenaren.
Zijn dood werd weliswaar breed uitgemeten in de pers (FOX News kondigde een periode van nationale rouw aan; niet dat ze daartoe bevoegd waren), maar het was opmerkelijk hoe lichtzinnig er met zijn overlijden werd omgesprongen. Leden van zijn kabinet, senatoren, Congresleden, niemand durfde zich uit te spreken over hun gestorven leider, niemand zei hem te zullen missen, dat het een donkere dag was voor de VS, niets. Er was zelfs niemand die suggereerde dat Trump door de Democraten was vermoord. Hij kreeg een staatsbegrafenis. J.D. Vance, de nieuwe president, haastte zich om de internationale gemeenschap te verzekeren dat de dood van Trump de uitstekende relatie met Rusland op geen enkele manier zou beïnvloeden en dat beide grootmachten bleven streven naar een Verenigd Amerikaans-Russisch Europa.
De schijn van de beschaving was sterk. Diplomatieke betrekkingen tussen bevriende staten werden nadrukkelijk aangehaald, hoewel iedereen wist dat dit voortkwam uit een paniekerig verlangen om te doen alsof er niets aan de hand was. Daardoor kwam het dat Ronald Dessinger werd uitgenodigd voor een receptie op de Braziliaanse ambassade in Rio, ter gelegenheid van 400 jaar Braziliaans-Nederlandse betrekkingen.
Alfred en zijn moeder hadden hem bijna twee jaar niet gezien. De gebeurtenissen van de afgelopen tijd leken hem tien jaar ouder te hebben gemaakt. Ze omhelsden elkaar. Alfred schrok van de gekrompen, benige gestalte en de geur van ouderdom die zijn vader uitwasemde. Maar zijn stem was onveranderd, kalm en krachtig.
Toen hij eenmaal over de schok van de hereniging heen was, kon hij zich concentreren op de vraag die hij zijn vader wilde stellen. De avond ervoor had hij op het nieuws beelden gezien van het presidentiële diner, het laatste avondmaal zo bleek. Een van de aanwezigen was een rijzige, extreem dunne vrouw van een jaar of dertig met piekerig kort zwart haar. Alfred zocht een screenshot op de site van CNN, nam zijn vader terzijde en liet hem het scherm zien.
‘Wie is die vrouw, pap?’
‘Welke bedoel je?’
‘Deze. Ze was ook op jouw receptie. Je hebt met haar gesproken.’ Zijn vader duwde zijn onderlip naar voren en schudde het hoofd. ‘Ik heb haar de afgelopen tijd een aantal keren gezien, pap. Met Trump, met Poetin.’
‘Dat is min of meer hetzelfde tegenwoordig.’
‘Pap, kijk nou naar die foto.’
Toen hij sprak klonk het gemaakt nonchalant. ‘O ja, nu weet ik het weer. Interessant ogende vrouw inderdaad.’ Voor Alfred op luide toon kon eisen dat hij hem een eerlijk antwoord gaf, greep zijn vader hem bij de schouder en zei:
‘Je bent nu misschien nog te jong om dit te begrijpen. Maar de meeste dingen die in de wereld gebeuren, gebeuren zonder dat wij daar invloed op hebben. Het lijkt vaak alsof mensen beslissingen nemen, maar het is eerder andersom, snap je? Een beslissing is een bestaand iets, een concreet verschijnsel en dat verschijnsel hecht zich als het ware aan een persoon. Het is moeilijk om over te praten.’
Nu was het Alfreds moment om een stilte te laten vallen. ‘Ik begrijp niet wat je tegen me zegt. Bedoel je dat niemand verantwoordelijk is voor alles wat er nu gebeurt?’
‘Nee, dat zeg ik niet. Natuurlijk niet. Dat zou immoreel zijn.’
‘Zeg je dan dat die vrouw verantwoordelijk is?’
Na een pauze die een paar tellen langer duurde dan nodig leek, sprak zijn vader opnieuw, maar dit keer heel langzaam, streng haast, alsof hij met zijn woorden twee zaken tegelijk probeerde te zeggen. ‘Ik zeg alleen maar dat het een moeilijk onderwerp is om over te praten. Snap je wat ik zeg, Alfred?’
Zijn vader verontschuldigde zich en Alfred zwierf alleen door de ruimte, drankje in de hand, gesprekken mijdend, interesse veinzend in de kunst aan de muren. Af en toe hief hij zijn glas naar zijn ouders. Als hij er niet van overtuigd was geweest dat hij de vrouw vanavond zou zien was hij al uren eerder weggegaan. Hij was erop gebrand haar te spreken, helemaal nu zijn vader zo raar, zo ontwijkend had geantwoord. Maar rond middernacht stond hij buiten en begreep hij niet waarom hij zo zeker van zijn zaak was. Misschien omdat de avond haast een kopie was van die eerdere receptie, vele mensenlevens geleden.
De portier liet hem door het hek naar buiten. Alfred groette hem, stak zijn handen in zijn zakken en begon te lopen. Verkeer stroomde langs hem, ongehinderd door het tijdstip. Een oranjegouden gloed hing in de stad, straatlicht en neon getemperd door nacht en schaduwen. Bij een straathoek bleef hij staan en wachtte op een opening tussen de auto’s.
‘Mooie avond,’ zei een stem naast hem.
Ze droeg schijnbaar dezelfde jurk als op de avond dat hij haar voor het eerst zag. Het leek hem geen verstandige outfit voor een vrouw alleen ’s nachts in de straten van Rio. De gedachte dat de gestalte wellicht geen vrouw was, eerder een wezen dat die vorm verkoos, verraste hem eerst, leek hem daarna volslagen logisch.
‘Mooie avond om te wandelen,’ zei ze.
‘Zeker,’ zei hij. Zijn stem leek alle kanten op te willen. Hij bloosde.
‘Ik wil me nergens mee bemoeien. Maar als ik jou was, zou ik hier linksaf gaan. Het is zo’n fijne avond en ik denk dat het heel erg de moeite voor je zal zijn als je deze straat neemt.’
‘Waarom denk je dat?’
De mond glimlachte zijn koninklijke lach. ‘Nou, als je goed kijkt zie je dat op dat pleintje nog allerlei winkeltjes open zijn. Er staan foodtrucks waar je eten en drinken kan bestellen. Er hangen slingers gekleurde lichten langs de gevels, zie je wel? Ik hoor muziek en volgens mij zie ik zelfs mensen dansen. Probeer het nou maar.’
‘Oké,’ zei hij en hij liep de straat in.
Na een tijdje doelloos ronddolen bestelde hij een cocktail bij een foodtruck en ging aan een tafeltje zitten. De wankele klapstoel leek hem niet te houden en hij greep met zijn vrije hand wild om zich heen naar houvast. De plotse bruuske beweging trok de aandacht van een man in een van de andere foodtrucks die hierdoor een servetje liet vallen, dat nog voor het de grond had kunnen raken door een windvlaag werd weggeblazen, tegen het been van een jongedame. Haar vriend boog lachend omlaag om het servetje van haar scheen te plukken en bood het haar aan. Iets in de manier waarop hij dat deed, het gedienstige lachje en zijn gebochelde houding en de ironische manier waarop hij haar ‘jonkvrouw’ noemde alsof hij haar een diamanten ring aanbood, bestendigde iets in haar over het karakter van deze jongen, waar ze nu al drie jaar verkering mee had, maar in wiens doen en laten altijd iets had gehuisd wat haar tegen de haren in streek, iets waar ze nooit eerder woorden voor had gevonden. Ze bekeek hem alsof ze zojuist iets op haar schoenzool had ontdekt. Ontdaan liepen ze zwijgend verder, geschrokken van het moment. Hij stapte onhandig van een stoeprand en verzwikte zijn enkel. Vijf minuten later hielp zij hem, hij kermend van de pijn, in een taxi en reden ze naar een eerste hulppost, exact vijftien minuten voordat Alfred daar zelf arriveerde, omdat zijn vader hem had geappt om te zeggen dat zijn moeder onderweg naar huis onwel was geworden.