De blauwdruk: Sulaiman Addonia over Vorm

Wat is belangrijk in een roman, waardoor blijven we lezen? Is dat de stijl, de thematiek, of toch de binnenwereld van de personages? In onze reeks De blauwdruk leggen toonaangevende schrijvers het vernuftige mechaniek van De Roman bloot, en reflecteren op dat ene element dat wat hen betreft cruciaal is voor goede fictie. Vandaag publiceren we het laatste essay in de reeks: Sulaiman Addonia over vorm, vertaald uit het Engels door Maaike Harkink.

Thema

De blauwdruk

Tags

Schrijven De blauwdruk Essay
Illustratie: Luca van der Vossen

Word ILFU Member en kijk al onze programma's online terug

Nu de eerste maand gratis

Vorm

Na de publicatie van mijn eerste roman, Als gevolg van liefde, en kort na mijn verhuizing van Londen naar Brussel, brak een periode aan van reflectie en obsessieve herbezinning van wat de romanvorm kon zijn. Dit was geen simpele rebellie tegen het overwegend Angelsaksische beeld van de roman zoals die in het Verenigd Koninkrijk bestond. Veeleer begon ik in te zien dat mijn literaire stem zich niet liet beperken tot één traditie. Die stem was al gevormd door stromingen ver buiten de westerse canon: de mondelinge vertelkunst uit mijn kindertijd, kennismakingen met verhalende vormen uit het Midden-Oosten tijdens mijn jaren in Saoedi-Arabië en een taalinstabiliteit die voortkwam uit herhaalde migratie, waardoor zelfs mijn moedertaal voortdurend in beweging bleef. In Brussel begon ik me een vorm voor te stellen die deze uiteenlopende invloeden kon omvatten.

Door middel van keuzes in perspectief, chronologie en tempo bouwt de schrijver een architectuur die niet alleen bepaald wat er gezegd wordt, maar ook hoe het wordt gezegd en waarom het ertoe doet.

Traditioneel fungeert de structuur van een literaire roman als een raamwerk waarin betekenis zich ontvouwt en gestalte krijgt. Ze doet meer dan de lezer meevoeren door het plot: ze verdiept thema’s, laat personages groeien en geeft richting aan een emotionele en intellectuele reis. Door middel van keuzes in perspectief, chronologie en tempo bouwt de schrijver een architectuur die niet alleen bepaald wat er gezegd wordt, maar ook hoe het wordt gezegd en waarom het ertoe doet. 

Voor niet-witte Europese schrijvers kunnen deze verwachtingen bijzonder dwingend aanvoelen. Bepaalde vormconventies worden als zowel verteerbaar als verkoopbaar beschouwd. Maar hoe meer ik me onderdompelde in de geschiedenis van de roman - vooral de avant-gardistische en Latijns-Amerikaanse tradities - en terugdacht aan mijn eerste kennismakingen met vertelkunst in een Sudanees vluchtelingenkamp, hoe sterker mijn overtuiging werd dat niet de vorm zelf centraal staat, maar de levens die erin besloten liggen. De vorm moet open blijven, iets dat samen met de personages ontstaat.

Structuur is, net als stijl en taal, niet iets dat wordt opgelegd. Ze wordt gevormd door de stem, door de setting en door de omstandigheden waarin een verhaal zich uitvouwt. Wanneer ik schrijf, probeer ik vooroordelen los te laten en de structuur haar eigen vorm te laten vinden.

Dat geldt ook voor mijn twee laatste romans: Stilte is mijn moedertaal, waaraan ik ruim tien jaar werkte, en De zieners, dat ik in drie weken tijd op mijn iPhone schreef tijdens de eerste lockdown in Brussel in 2020. In beide gevallen wordt de structuur losser - poreuzer, meer ontvankelijk - minder bepaald door overgeleverde vormen dan door wat het werk zelf verlangt.

Ik zeg vaak dat ik naakt achter mijn bureau ga zitten. Daarmee bedoel ik dat ik mij ontdoe van aannames over moraal, taboes en alles dat de volledige verschijning van een personage kan belemmeren, zoals vooropgezette ideeën over structuur. Wat overblijft zijn de personages, hun obsessies, geschiedenissen, innerlijke levens en de omgevingen die hen vormen. Tussen die krachten begint zich een vorm af te tekenen die zich geleidelijk openbaart.

(Tekst gaat verder.)

Onze essayreeks 'De blauwdruk'

Wat is belangrijk in een roman, waardoor blijven we lezen? Is dat de stijl, de thematiek, of toch de binnenwereld van de personages? In onze nieuwe reeks De blauwdruk leggen spraakmakende schrijvers het vernuftige mechaniek van De Roman bloot, en reflecteren op dat ene element dat wat hen betreft cruciaal is voor goede fictie.

Lees de hele reeks

In Stilte is mijn moedertaal is de structuur niet-lineair en verankerd in de innerlijke wereld van de verteller. Haar stem is onlosmakelijk verbonden met die van haar zwijgende broer, Hagos, die niet kan lezen of schrijven. Hun onvermogen om via conventionele dialogen te communiceren dwingt de taal uiteen te vallen en zich elders opnieuw te vormen, via hun lichamen. Ze wordt gefragmenteerd, intiem, soms erotisch, soms lyrisch, soms vol hiaten en afwezigheden die de tekst verzwaren. Wanneer het lichaam taal wordt, moet de structuur volgen. Door vallen en opstaan ontstond in de loop van meer dan tien jaar een vorm: afgestemd op personages die zich onttrekken aan binaire genderindelingen en aan sociale en talige systemen. Ze scheppen hun eigen structuur, zoals ze ook hun eigen tradities vormgeven. 

Enkele van de eerste lezers uitten tijdens het schrijfproces hun bezorgdheid over de invloed van de setting van het vluchtelingenkamp op de vorm van de roman. Maar het kamp, getekend door schaarste en een wildernis die altijd dichtbij was, vraagt om een zekere narratieve eerlijkheid. Details zoals hoe dicht het open veld dat als toilet diende bij de onderkomens van de bewoners lag, brachten deze lezers van hun stuk. Voor mij ging het echter nooit om comfort. Het ging erom recht te doen aan de plek, aan doorleefde ervaringen en aan de werkelijkheid van de personages. In die zin dicteerde de setting zelf de vorm, ongeacht hoe die zou worden ontvangen. Die vastberadenheid om de roman buiten vooraf vastgestelde kaders te laten bestaan, bracht me uiteindelijk bij De zieners

Hoewel De zieners voortkwam uit het onderbewuste - het diende zich aan terwijl ik bij de Vijvers van Elsene stond, zonder plan of voornemen, met een stem die al volledig gevormd leek en een structuur die zich al had aangediend - werd het door twee invloeden bepaald: de straten van Brussel en de schilderijen van Vermeer. Die twee elementen bepaalden niet alleen de sfeer van de roman, maar ook de vorm: de stilheid, de aandacht voor lichtval en het samenspel tussen aanwezigheid en afwezigheid, tijd en herinnering, verstikking en vrijheid.

De kern van mijn schrijverschap ligt ver vóór het moment waarop ik ga zitten om te schrijven.

Om dit verder toe te lichten, is er één principe waardoor ik me laat leiden: de verbeelding te voeden en vervolgens los te laten. Dit is de essentie van schrijven vanuit het onderbewuste. De kern van mijn schrijverschap ligt ver vóór het moment waarop ik ga zitten om te schrijven. Deze ligt in de manier waarop ik mijn verbeelding voed, de schoot van mijn creativiteit, door te lezen, te observeren en aandacht te schenken aan de wereld om me heen. Met lezen bedoel ik niet alleen boeken, maar ook schilderijen, muziek, gebaren, het lezen van mensen op straat, de bomen, gebouwen en de lucht.

In het jaar voordat ik De zieners schreef, bestudeerde ik de manier waarop schilders met licht omgaan, in de hoop mijn proza te verdiepen. Ik keek naar Botticelli en Caravaggio, maar het was Vermeer die me bijbleef. De manier waarop hij zijn figuren omsluit en slechts spaarzaam licht binnenlaat, schept werelden die balanceren tussen onthulling en verhulling. Deze fijngevoeligheid gaf vorm aan de roman, met name de passages waarin Hannah, de hoofdpersoon, in het huis van haar pleegouder in Kilburn, Noordwest-Londen, wacht op een beslissing van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken. De vorm waarin zij verkeert is er een van duisternis, doorbroken door licht: een manier om haar innerlijke leven te verbeelden, haar afstand tot haar familie en haar geleidelijke overgave aan verlangen, slechts verlicht door wat er via het raam naar binnen sijpelt. Via datzelfde raam dient Londen zich aan, met de belofte van een vrijheid die buiten haar bereik blijft.

Ook werd De zieners gevormd door de wandelingen die ik maakte. Wandelen is een vast onderdeel van mijn dagelijkse schrijverspraktijk. En dan specifiek wandelen om mezelf te verliezen, wat mijn verbeelding voedt. Soms neem ik een bus tot het eindpunt en dwaal ik door onbekende wijken. Iedere onverwachte afslag zet mijn verbeelding en haar personages in een nieuw licht, en helpt me García Lorca’s profetie tot leven te brengen:

Ik ben mezelf vaak verloren om het vuur te vinden dat alles wakker houdt.

García Lorca, 'Poet in New York' (1940)

Terwijl ik mezelf verlies, worden de personages in mijn romans tastbaarder. Alsof het afschudden van delen van mezelf hun menselijkheid tot wasdom brengt.

Zo nu en dan leveren die doelloze omzwervingen onverwachte inzichten op. Op een dag liep ik door een straat met huizen in uiteenlopende architectuurstijlen. Ik dacht: als een enkele Brusselse straat moeiteloos zoveel stijlen aankan - van modernisme tot art nouveau en brutalisme - dan kan een boek ook variatie en contradicties verdragen, hoe zwaar of fragiel ook. Dat de vorm, net zoals het verhaal dat zij draagt, open moet blijven voor meerstemmigheid. De zieners brengt verschuivende stemmen, tijdslijnen en perspectieven samen binnen één doorlopende alinea, heen en weer bewegend tussen heden en verleden om intergenerationele geschiedenissen, koloniaal trauma en de psychische en erotische levens van zijn personages binnen de grenzen van het Britse asielsysteem te verkennen. 

Structuur is voor mij niet iets dat van buitenaf wordt opgelegd, maar iets dat van binnenuit ontstaat, uit de interactie tussen personages, taal en de wereld waarin zij zich bewegen. Het is een architectuur die met het verhaal meegroeit en reageert op wat het verhaal vraagt. Hierop vertrouwen betekent de controle loslaten en je overgeven aan de kracht van de verbeelding. Zo vormt structuur geen beperking, maar juist een open raamwerk dat met het verhaal meegroeit en ruimte biedt aan ontdekking, waarin het verhaal werkelijk tot leven komt en personages je meenemen naar plekken waar je nooit had gedacht te komen.