Plottechnieken zijn helaas geen invuloefening. Dat zou te eenvoudig zijn. Er speelt ook een bepaalde eerlijkheid mee, een authenticiteit, een relatie tussen schrijver en lezer. Suspense bestaat er niet in je lezers voor de gek te houden. Informatie achterhouden is een machtsspel, en die macht moet je om de juiste redenen inzetten, namelijk om je karakters dieper te ontwikkelen en niet de gebeurtenis of het plot zelf.
Laat ik twee voorbeelden geven om mijn punt te maken, een geslaagde manier waarop een plottechniek is ingezet, en een oneerlijke manier: De geschiedenis van mijn seksualiteit van Tobi Lakmaker en De overlevenden van Alex Schulman. Beiden maken (o.a) gebruik van in media res vertellen, door de belangrijkste informatie achter te houden tot aan het einde van het boek.
In Lakmakers De geschiedenis van mijn seksualiteit doet een ik-verteller, op een vrij arrogante, grappige maar ook geïrriteerde manier uit de doeken hoe moeilijk het is zich te verhouden tot een vaak begriploze omgeving, in de zoektocht naar identiteit. Het personage duwt iedereen van zich weg en door middel van laconieke humor duwt het ook de lezer weg. Pas aan het einde van het boek komt de lezer te weten wat de reden is voor de verteltoon: de ‘ik’ heeft net een groot verlies te slikken gekregen en is in rouw, pas aan het einde toont de ‘ik’ zich écht kwetsbaar. De lezer krijgt de kans zich over het personage te ontfermen, het personage wordt gelaagder, wordt alsnog begrepen. En juist dat proces reinigt je in zekere zin als lezer, het geeft grote voldoening dat de waarheid toch nog wordt gedeeld, dat het boek je daarover in vertrouwen neemt. Het boek plooit zich open aan het einde en zindert na.
Hetzelfde ‘trucje’ wordt uitgevoerd in De overlevenden van Alex Schulman, waarbij broers uit een disfunctioneel gezin met de as van hun moeder terugkeren naar hun zomerse vakantiehuis, waar in het verleden een tragisch ongeluk met de hond gebeurde waar een van de broers (de verteller) schuld aan had – een voorval dat het hele gezin heeft getekend. In de ontknoping kom je erachter dat het niet om een hondje, maar om het zusje blijkt te zijn gegaan, waardoor je hele perspectief op alle spanningen en relaties verandert. In tegenstelling tot de voldoening die je voelt bij Lakmaker, voel je je als lezer juist bedot, je hebt je ingeleefd in verhoudingen maar de reden waarom deze informatie wordt achtergehouden ligt niet voldoende vervat in een personage, het is een ingreep die vooral de macht van de schrijver dient, en in die zin is het niet geloofwaardig. Je zou die hele roman opnieuw willen lezen om te kijken wat je precies over het hoofd hebt gezien, maar met de kennis van de ontknoping maakt het de roman eigenlijk zwak, en om die reden wil je het niet teruglezen. Het boek sluit zich, ik heb me dagen gefrustreerd gevoeld dat Schulman zo met mijn voeten speelde.
Karakter- of plotgedreven literatuur. Het is niet of-of, in goede literatuur komen de twee soorten samen. Niet alles is planbaar, een chirurg goochelt wel eens en een goochelaar snijdt zijn bevallige assistent wel eens per ongeluk open.
Een literaire roman heeft het zelf ook voor het zeggen, heeft zijn eigen autonomie zodra de personages geloofwaardig zijn, en dan moet de schrijver zich nederig opstellen tegenover wat de personages van het verhaal verlangen om geloofwaardig te blijven.