'Ik denk dat ik meer durf als schrijver' - een interview met Pete Wu

Schrijver en journalist Pete Wu heeft de afgelopen maanden niet stilgezeten – deze maand verschijnen er maar liefst drie projecten van zijn hand: inmiddels ligt zijn nieuwe boek Ik ben zo weer weg in de boekhandel, twee dagen daarvoor verscheen zijn voorleesboek Aziatische Sprookjes en vanaf 30 september is zijn documentaireserie De sleutel van Pete te zien. Op ILFU betrad Pete het podium van Boekfest én KinderBoekfest. In een interview voor ILFU Daily vertelt hij over al deze recente mijlpalen.

Tags

Interview
Foto: Kevin Kwee

ILFU Members kunnen het festival terugkijken op onze streamingdienst ILFU+

bekijk de video's

Deze maand verschenen er twee boeken van jouw hand. Hoe was het om je voor het eerst aan een kinderboek te wagen, terwijl je normaliter voor een ouder publiek schrijft?

Aziatische sprookjes is een voorleesboek voor zes jaar en ouder, maar het bestaat daarbij ook nog eens uit hervertelde verhalen. Ik denk dat dat het vooral heel anders maakte – minder autonoom zou ik zeggen. Er staan zelfs een paar bekende sprookjes in die inmiddels ook Netflix- of animatiefilms zijn geworden. Die zijn allemaal uitgekomen in de afgelopen jaren, dus soms kennen mensen het verhaal wel. Maar ik heb ze dan weer herverteld op mijn eigen manier. Dat vond ik heel leuk om te doen, een beetje alsof ik een cover van een liedje maakte.

Zo heb ik twee sprookjes samengevoegd en heb ik het gender van een hoofdpersonage aangepast. Dat verhaal begint met een boswachter die een ooievaar vindt. Veel mensen denken dat de boswachter een man is, want dat is natuurlijk het dominante beeld bij zulke beroepen. In mijn vertelling is de boswachter echter een vrouw, en de ooievaar verandert in het verhaal ook in een menselijke vrouw. Of het verhaal uitmondt op liefde of vriendschap staat open voor interpretatie. In het oorspronkelijke sprookje gaan ze volgens mij wel echt trouwen en dat soort dingen. Maar dat vind ik heel erg klassiek – dus ja, ik vond het leuk om dat soort dingen gewoon een beetje te kunnen tweaken.

Een ander voorbeeld is het verhaal van Ne Zha. Dat is oorpspronkelijk bekend als een orale doorvertelling, waardoor er onduidelijkheid is ontstaan over of het personage een jongetje of een meisje is. In mijn versie heb ik ervoor gekozen om Ne Zha non-binair te maken. De genderidentiteit van het personage maakt verder niet uit voor hoe het verhaal verloopt, maar ik denk dat dit soort aanpassingen belangrijk zijn bij sprookjes die van oorsprong vaak seksistisch, homofoob, transfoob of racistisch zijn.

Aziatische sprookjes

Het oosten van Azië, het grootste continent op aarde, is rijk aan een enorme schat prachtige sprookjes, legendes, mythes en fabels. Pete brengt in zijn kinderboekendebuut een magische wereld vol draken, Jadekeizers en trouwe kraanvogels tot leven. Deze eeuwenoude verhalen doorstaan de tand des tijds door de moderne twist die hij de verhalen geeft. Verwacht dus geen weerloze prinsessen die in hun paleis mooi zitten te wachten tot een stoere prins hen redt, maar krijgsvrouwen die het keizerrijk moeten redden van te hete zonnen of een meisjesetende draak moeten doden.

In De bananengeneratie, maar ook in je Volkskrantartikelen, spreek je veel over je relatie met je ouders en de afstand die je in het verleden soms ervoer. Hoe was het om hier weer in te duiken voor je nieuwe projecten?

Ik denk dat mijn nieuwe werk inderdaad doorgaat op het idee van die band met mijn ouders. De bananengeneratie gaat heel erg over de zoektocht naar herkenning bij andere mensen die ik heb geïnterviewd, of zij in hetzelfde schuitje zitten. Hebben zij wel gewoon een goede band met hun ouders? Is het niet per se gerelateerd aan cultuur, maar ook aan karakter?

Mijn nieuwe boek voelt nog wat meer als mijn eigen, autonome werk. Het is een vertelling van de reis die ik heb gemaakt met mijn ouders in, waarin ik verder onderzoek hoe ik de band met mijn ouders misschien anders kan maken. Ik wil bewust niet zeggen beter, omdat het op een manier al gewoon een band is. Maar ik stond er wel voor open om mezelf te laten verrassen. En ik denk dat dat in ieder geval gelukt is. 

In de serie (De sleutel van Pete) is alles weer net anders, omdat die ook door iemand anders is gemaakt. Dit keer ben ik zelf niet de regisseur. Mijn ouders en ik zijn de spelers, wij worden geportretteerd. Die ontdekking is anders. 

In het boek heb ik vooral gekeken naar wat het effect is van de migratie van mijn ouders op onze band. Ik bevraag wat zij hebben meegemaakt en wat heeft gemaakt dat zij anders kijken naar de wereld dan mensen die in China zijn gebleven, of mensen die hun hele leven in Nederland hebben gewoond. Ik denk dat de documentaireserie die eraan komt wel echt meer ingaat op de kloof tussen ons. En het is niet dat de kloof tussen ons nou zó enorm groot was, maar ik denk dat ik voor de serie wel de focus heb gelegd op dat het in elk geval wel ánders is dan bij witte Nederlanders. Ik denk dat de rode draad in de twee projecten gaat over ruimte maken voor wat er nog meer kan. De hoop dat het anders kan.

De sleutel van Pete

Hoe slecht je de kloof tussen generaties, culturen en talen met je migrantenouders voordat het te laat is? In de driedelige serie 'De sleutel van Pete' reist Pete (40) voor het eerst met zijn twee ouders naar hun geboorteplek, de miljoenenstad Wenzhou, om een appartement dat hij erft te bekijken. Maar wat zij niet weten is dat hij in werkelijkheid het ware verhaal achter hun migratie probeert te achterhalen. Tony (69) en Lan (69), twee hardwerkende horeca-ondernemers, hebben decennialang altijd gezwegen over hun straatarme jeugd in Oost-China. Hoog tijd voor Pete, die ze de moeilijke vragen nooit durfde te stellen, om in actie te komen, voordat de kloof tussen hen te groot is geworden. Of is het al te laat?

Hoe denk je dat jij je in de afgelopen jaren hebt ontwikkeld als schrijver?

Ik denk dat ik bij mijn eerste boek echt nog schreef als journalist, terwijl ik eigenlijk vanuit de fictie kom – ik heb Engelse literatuur gestudeerd. Ik geloof dat De bananengeneratie, dat wel is opgezet als een lopend verhaal maar dan in journalistieke vorm, al onder de literaire non-fictie werd geschaard, maar ik zou zeggen dat Ik ga zo weer weg écht literaire non-fictie is. Bij dit boek dacht ik bijvoorbeeld veel meer na over de vorm waarin het wordt verteld. Zo zijn sommige hoofdstukken één zin, zitten er foto's in, en heb ik het verhaal onderverdeeld in dagen die allemaal een titel dragen waarin de verwijzing niet direct duidelijk is. Ik denk dat ik meer speel met taal en beeld. Er zit bijvoorbeeld ook veel beeldrijm in, en in het boek spiegelt veel aan elkaar, alsof je het in elkaar kunt vouwen. Dus ik denk dat ik vooral meer durf als schrijver, om dit soort dingen gewoon te doen. 

Verder denk ik dat ik als schrijver heb moeten leren praten over mijn werk. Toen ik debuteerde wist ik echt niet wat er ging komen. Op Boekfest zit ik bijvoorbeeld bij VPRO's Nooit Meer Slapen, waar ik in 2019 ook al eens zat. Dat durf ik nu niet eens meer terug te luisteren. Ik voelde toen al dat ik nog heel erg bleu was in wat ik kon en wilde vertellen, en wist nog niet dat je bijvoorbeeld ook gewoon ‘nee’ kan zeggen op een vraag.

Ik zeg dit ook in mijn documentaireserie, maar ik heb ontdekt dat mijn moeder best wel een flapuit is en dat mijn vader juist heel veel nadenkt voordat hij wat zegt. Ik blijk op dat vlak op mijn moeder te lijken, want soms zijn er dingen waarvan ik van tevoren denk dat ze niet gezegd hoeven te worden in een interview, en dan staat het er vervolgens toch weer in. Op zich maakt dat niet zoveel uit – ik denk dat ik me niet voor veel dingen schaam of zo. Vooral als schrijver is dat eigenlijk ook best heel erg handig. 

Ik denk dat mijn nieuwe boek meer open is dan De bananengeneratie, en dat ik de waarde van die openheid wel echt heb geleerd. Als ik een cursus moest geven aan mensen die over zichzelf schrijven, dan zou ik ze ook leren over de waarde van emoties als schaamte en schuldgevoel. Dat is natuurlijk niet altijd makkelijk omdat het over jezelf gaat, of vervelende dingen die je zelf hebt meegemaakt, maar in mijn ervaring kan het wel positief uitpakken omdat het nieuwe gesprekken opent. Dat is ontzettend belangrijk in de non-fictie denk ik, een gesprek openen. Verschuil je dus niet te veel achter je pen, zou ik zeggen.

Ik ben zo weer weg

De ouders van Pete kwamen in de jaren zeventig zonder geld van China naar Nederland en zwoegden als ‘perfecte’ migranten decennialang in hun snackbar. Nu, vijftig jaar later, reist hij samen met hen terug naar een on­herkenbaar veranderd China. Tijdens het ceremoniële graf­vegen, luide familie-­etentjes, maar ook de stille momenten samen ontdekt Pete nieuwe kanten die hij nooit heeft gezien – van zijn ­ouders, maar ook van zichzelf. Een ­persoonlijk reisverslag en essay over migranten­ouders – en de verhalen die achter hen verborgen liggen.

Hoe was het om op latere leeftijd weer met je ouders naar Wenzhou te reizen? 

Het was een bijzondere ervaring. Ik ben op mijn zeventiende uit huis gegaan, dus voor mij was het sowieso een van de eerste keren dat ik weer bij ze in hetzelfde huis sliep. Dat vond ik al heel wat, maar ik heb ook dingen geleerd. Voor het eerst sinds een lange tijd heb ik mijn ouders weer veel samen gezien. Als ik op bezoek ben in Rotterdam dan ligt de aandacht meestal op mij en zijn ze minder met elkaar bezig. Maar op reis zag ik ze bijvoorbeeld in het vliegtuig al met elkaar smoezen, en besefte ik ook wel: deze mensen kennen elkaar al vijftig jaar, ze kennen elkaar door en door en vertellen elkaar ook alles natuurlijk. Ik vergeet dan soms dat zij gewoon een soort eigen taaltje hebben met elkaar. Het was heel leuk en bijzonder om ze zo mee te maken, terwijl de dynamiek die er was toen ik nog thuis woonde ook wel weer terugkwam, ook al ben ik volwassen. Dat verloop zie je in de serie denk ik goed terug.

Pete Wu op Boekfest zien?

Op zondag 20 september vieren we voor het tweede jaar op rij de landelijke start van het nieuwe boekenseizoen met onze feestelijke festivaldag rond het Nederlandstalige boek. Met schrijvers als Connie Palmen, Bert Natter en Eva Posthuma de Boer.

Koop hier je tickets!

Kom je jezelf bij het maken van een documentaireserie op een andere manier tegen dan bij het maken van een boek? 

Ja, bij het maken van een tv-serie spelen andere mensen ineens een rol bij bepaalde veranderingen. Uiteindelijk moet er natuurlijk een verhaal gemaakt worden. Als ik op eigen houtje de vragen had moeten stellen die ik in de serie aan mijn ouders voorleg, dan denk ik wel dat het langer had geduurd voordat we op het punt kwamen waar de serie eindigt. Ik denk dat als je zelf vastzit in een dynamiek, de afstand soms gewoon te klein is. Terwijl een buitenstaander kan zeggen: ‘Ik ben nu twee dagen met jullie en ik merk deze dingen op, is dit normaal voor jullie verstandhouding, en is het iets waar jullie aan zouden willen werken?’ Soms was het voor het verhaal nodig dat Kim Smeekes, de regisseur, een vraag of een onderwerp opbracht zodat men niet alleen kijkt naar drie zwijgende mensen waarbij er niks gebeurt.

Als je naast je eigen 'drietrapsraket' nog een kinderboek, volwassenenboek en documentaire mag aanraden, welke kies je dan? 

Als kinderboek zou ik Waar is mijn noedelsoep?!? aanraden, van Chee-Han en Reza Kartosen-Wong. Zij zijn schrijvers van kinderliteratuur waarin echt alle culturen langskomen. De hoofdpersoon in Waar is mijn noedelsoep?!? is een jongetje dat gebaseerd is op het kind van de schrijvers, een Aziatisch jongetje. Ik heb het boek zelf aan mijn nichtje gegeven. Ik geef Elodie, die half Chinees, half Nederlands is, graag boeken mee waarin het gaat over een soort van derde cultuur, die van de migrant, waarbij de cultuur niet per se het een of het ander is. En dat het dan een soort van herkenning geeft. Ik denk: als je niet weet dat je het niet hebt, dan mis je het niet. Maar als het er wel is, besef je ineens dat het toch fijn is om een soort spiegel te hebben waarin je jezelf kan herkennen. Waar is mijn noedelsoep?!? doet dat, en is daarbij ook gewoon een hele vrolijke vertelling waarbij de les er niet te dik bovenop ligt. Ik zeg in mijn eigen kinderboek natuurlijk ook niet: ‘Dit is een bijdrage aan eerlijke representatie van een minderheid’. De boodschap is gewoon: dit bestaat, en dat kan je lezen zoals je wilt. 

En ik weet niet of dit telt, maar ik bezig met The Disappearers van Marlon James. Die is pas net uit. Ik heb van veel mensen gehoord dat het geweldig is en ik hou wel echt van de droge stijl in het boek. Het gaat over homofobie op Jamaica in de jaren 80, een verhaal over acht mannen in de vorm van een mozaïekvertelling. Ik lees eigenlijk niet heel veel literatuur over queer geschiedenis, maar werd toch wel nieuwsgierig. En dan trok The Disappearers me omdat het ook nog eens op een heel vermakelijke manier is geschreven. Ik heb ook wel boeken als Shuggie Bain in de kast staan, maar dat is dan heel zwaar of zo.

En een docu… Ken je die documentaire over twee vulcanologen met voice-over van Miranda July, Fire of Love? Het is een soort historische documentairefilm die op een hele lieve manier door Miranda is ingesproken. Twee vulcanologen worden verliefd op elkaar – het is compleet anders dan mijn eigen serie die eraan komt, maar het is gewoon een hele fijne film, en zeker de moeite waard.

The Disappearers - Marlon James (2026)
Waar is mijn Noederlsoep?!? - Chee-Han en Reza Kartosen-Wong (2019)
Fire of Love (2022)