Vier mensen in één klein huisje, de hele zomer lang – dat kan alleen maar misgaan. Judith is nog maar net getrouwd met Thijs als hij een hartaanval krijgt. Wanneer hij thuiskomt uit het ziekenhuis, blijken de buren ook nog eens groots te gaan verbouwen: van uitrusten komt zo niets terecht. Schoonzus Cora en zwager Ab bieden uitkomst en nodigen Judith en Thijs uit om de zomer door te brengen in een boswachterswoning op een uitgestrekt landgoed.
Op het landgoed ligt een tuinderscomplex, waar Judith een moestuin onderhoudt. Daar stuit ze op een dag op een schedel, en daarmee gaat het moordmysterie van start. Omdat de lokale politie er volgens haar maar een potje van maakt, besluit Judith zelf op onderzoek uit te gaan. Ze ondervraagt één voor één alle volkstuinders; gesprekken die voortdurend uitmonden in discussies over potgrond, vogels en tuiniertips. Welke van de negen eigenaardige tuinders is in staat om een moord te plegen?