'Heleen' – Martin Rombouts schreef het verhaal van de maand juni

Iedere kunstenaar gelooft graag dat-ie zijn eigen unieke muze heeft, maar wat als iedereen eigenlijk altijd over dezelfde persoon droomt? 'Heleen' kan in dit verhaal van Martin Rombouts ontelbare gedaanten aannemen, maar haar onbereikbaarheid en de onmogelijkheid haar in de juiste woorden te vatten blijft altijd hetzelfde. Een inspiratie die je onherroepelijk weer ontglipt, en die even mooi is als gruwelijk.

Thema

Actuele Fictie

Tags

Fictie van de maand Kort verhaal
Beeld: Flora Jamar

ILFU Members kunnen het festival terugkijken op onze streamingdienst ILFU+

bekijk de video's

Heleen

zag je weer in een schoolkantine van een school met een elke maand bij dezelfde maanstand terugkerende wespeninfestatie die verder niet meer aan de orde kwam: je laat me er niet mee wegkomen.

Je instrueert me op een trainingsdag en doet een rondje (kort even) bij elkaar inchecken voordat we beginnen en ik ben aan de beurt en ik zeg dat het goed met me gaat, echt, en ik zeg het toch, maar aan je blikken, aan de blikken?

In mijn dromen ben je altijd iets minder mooi dan vroeger, echter. Maar niet minder bezitterigheidswaardig, mijn
popperig engeltje met
rollende ogen.

Je krijgt dit vast heel veel nu,

zoals aandacht zich steeds tijdelijk en semi-willekeurig samenklontert bij iets of iemand die zich belangrijk lijkt te maken, concentreert ons collectief onderbewuste zich, hoe gruwelijk, bij jou, hoe gruwelijk

zo droombaar te zijn.

We bezoeken de Veteranendag, van de lokale kappersacademie. Jij blijft op de eerste verdieping rondhangen met een paar gamers, en ik hoor op de tweede verdieping van grotere goden hoe mindere goden tegenwoordig in werkelijk álles een permanent als oplossing lijken te zien.

Dof en futloos? Permanent.
Gespleten punten? Permanent.
Hartenbreker? St-Germain.
Godentwistje?

Op een tegenliggende roltrap gleed een vrouw voorbij en ik dacht: geluk is jou op die manier oud zien worden. Hoe vaak zou ik nu al niet tegen je gegild kunnen hebben?

Ik had nooit durven dromen op zo'n plek voor jou te mogen vechten. Maar als je naar me kijkt terwijl ik daar lig op de doorploegde, monstertruckevenementbruine aarde, steun ik met mijn laatste krachten alleen maar steeds: meisje, och, meisje, och, meisje,
wat heb je veel leed veroorzaakt,
hoe
gruwelijk, hoe
gruwelijk, maar,
en ik weet zeker dat ik namens ons allen spreek als ik zeg:
Adem. Benomen.

De nacht erna lopen we door een nieuwbouwwijk, we dromen van
lelijke levens, zijn hier
voor het eerst echt eerlijk met elkaar, zeg je.

Heb ik er onvoldoende bij stilgestaan hoe het voor jou was
nacht na nacht onvrijwillig te worden wakkergekust in
al die neuronen, al die hoofden, steeds weer
onvrijwillig wakker kussend wat
beter in slaap had kunnen blijven?

Je had gedacht dat het wel misschien wel wat zou kunnen slijten, met de leeftijd.
Ik zeg dat ik denk dat dat het alleen maar misselijkmakender zal maken,
waarna je me achterlaat.

Met de gedachte dat je jezelf waarschijnlijk
heel anders gespeeld had, en in vrede.

Draait je dan nog
één keer om.
Gruwelijk anders.