Die ene zin waar vertalers nog steeds van wakker liggen

Hoeveel vrijheid mag je als vertaler nemen? Hoe belangrijk is de eerste zin van een boek? Wat doe je als een grap in de brontaal simpelweg niet bestaat in het Nederlands? Wat doe je met een tekst die in het boek zelf ook wordt vertaald?

Op woensdag 30 september 2026, Internationale Vertaaldag, worden tijdens ILFU de jaarlijkse Filter Vertaalprijzen uitgereikt: een ‘gewone’ en een speciaal voor jeugdliteratuur. Met deze prijzen worden literaire vertalers in het zonnetje gezet – en terecht, want dankzij hun werk verschijnen er ieder jaar bijzondere boeken die anders niet toegankelijk zouden zijn voor de Nederlandse lezer.

Thema

Festival Highlights

Tags

Filter Vertaalprijs

ILFU Members kunnen het festival terugkijken op onze streamingdienst ILFU+

bekijk de video's

Vertalen is een ambacht. Een precies werkje, waarbij een vertaler soms dagenlang op één woord 'kauwt’. En een uitermate creatief proces, waarin moeilijke keuzes moeten worden gemaakt. In aanloop naar de uitreiking van de Filter Vertaalprijs vroegen we de tien genomineerden wat de moeilijkste of meest uitdagende zin was om te vertalen uit het boek waarmee ze zijn genomineerd. De antwoorden geven een uniek inkijkje in tien verschillende processen, waar soms een beetje frustratie maar toch ook altijd het vertalersgeluk vanaf spat. 


Hoofdpijn van één woord (of drie)

Meerdere genomineerden gaven aan dat hun grootste uitdaging niet in een specifieke zin maar in één enkel woord zat, dat zich maar moeilijk liet vertalen. Voor Lies Lavrijsen, die Alma, de storm steekt op van Timothée de Fombelle uit het Frans vertaalde (uitgeverij Lannoo) had een van de grootste hoofdbrekens te maken met een uitdrukking van drie woorden: l’ange des voleurs, letterlijk ‘de engel der dieven’.

Kapitein Gardel, de kapitein van het slavenschip, gebruikt de uitdrukking wanneer hij aan scheepsjongen Joseph Mars probeert uit te leggen dat je mensen nooit mag onderschatten: ‘In plaats van jou weg te zetten als een onbenullig zakkenrollertje, heb ik gedaan alsof je de ange des voleurs zelf was.’

In het Frans wordt ange des voleurs gebruikt wanneer een bekende crimineel eindelijk wordt gevat: dan wordt gezegd dat de ‘engel der dieven’ hem in de steek heeft gelaten. Maar daarmee was de vertaaluitdaging nog niet voorbij. Gardel borduurt later in het verhaal namelijk opnieuw voort op die engel: Et si c’était bien l’ange des voleurs dont il parlait? Il faut toujours essayer de se servir d’un ange avant de lui brûler les ailes. Letterlijk: ‘En als hij nu eens echt de engel der dieven is? Je moet een engel altijd eerst proberen te gebruiken, voordat je zijn vleugels verbrandt.’

En daar liep Lavrijsen tegen een vertaalprobleem aan: in het Nederlands is ‘de engel der dieven’ geen bestaande uitdrukking. Daardoor werkt ook de beeldspraak die in het Frans zo vanzelfsprekend is, in het Nederlands niet meer. Lavrijsen besloot daarom de uitdrukking los te laten en koos voor een heel andere oplossing: meesterbrein. Dus: ‘Ik heb gedaan alsof je een geniale dief was, een meesterbrein.’ En verderop: ‘Stel je voor dat hij echt een meesterbrein is? Het zou zonde zijn om zo’n brein zomaar voor de haaien te gooien, zonder er eerst je voordeel mee te doen.’ Een vrije vertaling dus, maar wel een die de brontekst én het karakter van kapitein Gardel volgens Lavrijsen recht doet.

Vertalersgeluk: juppie!

Ook Annelies de hertogh, die zich waagde aan de Duitse jeugdklassieker De vliegende klas van Erich Kästner (uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts), liep vast op één enkel woordje: eisern. Het verouderde, informele synoniem van selbstverständlich komt in de roman tien keer voor. Negen keer wordt het uitgesproken door een van de kinderen uit het verhaal. Twee van die negen keer is het bovendien eerder een soort strijdkreet dan een bevestigend antwoord. En de tiende en laatste keer, helemaal aan het eind, neemt Kästner het woord als auteur zelf in de mond.

De Hertogh wilde eisern daarom het liefst iedere keer op dezelfde manier vertalen. Maar dat bleek nog niet zo eenvoudig. Nederlandse mogelijkheden als ‘tuurlijk’, ‘zeker weten’ en ‘reken maar’ klonken niet in iedere context even natuurlijk. Pas in de allerlaatste redactieronde kwam haar vertalersbrein met een oplossing: ‘jup’. En voor de gevallen waarin eisern als strijdkreet wordt gebruikt: ‘juppie’. ‘Een moment van puur vertalersgeluk,’ aldus De hertogh. 

Kom naar de uitreiking van de Filter Vertaalprijs 2026

Op woensdag 30 september 2026, Internationale Vertaaldag, worden tijdens ILFU de jaarlijkse Filter Vertaalprijzen uitgereikt: een ‘gewone’ en een speciaal voor jeugdliteratuur.

info & tickets

Wat te doen met de lintworm?

Eugenie Schoolderman, die Razend van Ariana Harwicz uit het Spaans vertaalde (uitgeverij Vleugels) liep tegen een probleem aan toen het ene personage, een advocaat, een tip gaf aan de ander om een betere indruk te maken bij de rechter. De advocaat zegt: ‘No se muestre como una lombriz solitaria.’ Letterlijk: ‘Gedraag u niet als een lintworm.’ In het boek zegt Lisa een paar keer dat ze veel eet en heel dik is, vandaar dat Schoolderman dacht in de richting van: ‘Ga u niet ongans lopen eten.’ 

Schoolderman had via de app een hotline met Harwicz, waardoor ze haar alles kon voorleggen. Over de lintworm bleef twijfel bestaan, dus toch maar weer een appje. Harwicz antwoordde dat ze iemand bedoelde die buiten de maatschappij staat. Uiteindelijk werd het: ‘Gedraag u niet als een rare eenzaat.’

En met een woordgrap?

Ook Annemarie Vlaming, die Wolf van Saša Stanišic uit het Duits vertaalde (uitgeverij Luitingh-Sijthoff), liep tegen een woord aan dat verschillende betekenissen tegelijk heeft:

Hast du je von »Schluft« gehört? Ja, das ist ein Dorf, wir sind da durchgefahren. Wurde 1752 von Spinnern gegründet. Bestimmt spaßig da, denkt man erst. Gemeint sind aber gar nicht die interessanten Spinner, die ein bisschen anders drauf sind, sondern – ach, guck doch selber nach.

Spinner würde ich übrigens nicht aussterben lassen. Gegen ein bisschen Spinnen ist nichts einzuwenden.

Het werkwoord spinnen in het Duits kan zowel spinnen van bijvoorbeeld zijde of wol betekenen als bazelen, fantaseren, niet helemaal sporen. Dus als Kemi zegt: Bestimmt spaßig, bedoelt hij natuurlijk dat het dikke pret moet zijn in een dorp dat is opgericht door mafkezen.

Dit was een lastige, want het dorp Schluft bestaat echt en is daadwerkelijk door spinners opgericht. Die spinners moesten dus blijven staan, aldus Vlaming. Dat betekende helaas wel dat de grap moest sneuvelen, want een Nederlands woord dat zowel ‘iemand die spint’ als ‘mafkees’ betekent, kon ze ook na lang zoeken en nadenken niet vinden.

Maar toen bedacht Vlaming dat personage Kemi nogal van vlinders houdt, en een spinner kan ook een nachtvlinder zijn. Voor het gemak maakte ze er zijdespinners van, omdat die iets herkenbaarder leken, zowel als textielspinners als vlinders.

Heb je ooit van Schluft gehoord? Ja, dat is een bestaand dorp, we zijn er doorheen gereden. Ontstaan in 1752 toen zijdespinners zich daar vestigden. Hoe dan, vliegend? denk je in eerste instantie. Maar ze hebben het niet over nachtvlinders, van die harige, maar – ach, zoek zelf ook maar op.

Zijdespinners zou ik overigens niet laten uitsterven. Niks mis met wat nachtelijk gefladder.

Een grap vertalen betekent soms dus ook accepteren dat je de oorspronkelijke grap kwijtraakt, en vervolgens op zoek gaan naar een nieuwe.

Niet vertalen is ook vertalen

De eerste zin van een verhaal is natuurlijk belangrijk, ook voor een vertaler. Kees Mercks vertaalde De brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek uit het Tsjechisch (uitgeverij Pegasus). Dat boek begint op het oog heel eenvoudig: ‘Ze hebben onze Ferdinand vermoord’. In het Tsjechisch: Tak nám zabili…

Maar in dat eerste woordje, tak, letterlijk ‘zo’, schuilt een vertaalprobleem. Mercks probeerde verschillende manieren om dat woord in het Nederlands weer te geven. Bijvoorbeeld met een toevoeging als ‘Nee maar’ of ‘Moet je horen’. Maar tak kan in het Tsjechisch ook vooral de intonatie van de zin bepalen. Uiteindelijk verdween het woord daarom helemaal uit de Nederlandse vertaling. De lezer krijgt zo zelf de ruimte om te bepalen hoe de openingszin klinkt: geëmotioneerd, geschokt, verbaasd of juist als een feitelijke mededeling.

Vertalen is dus soms ook besluiten dat een woord níét meegaat naar het Nederlands. 

Cultuursensitief

Zelfs wanneer er op woord- of zinsniveau geen spectaculaire vertaalproblemen zijn, kan een vertaler voor allerlei uitdagingen komen te staan. Want een boek speelt zich niet alleen af in een taal, maar ook in een cultuur, en gebruiken, rituelen, beelden en vanzelfsprekendheden kunnen per taalgebied enorm verschillen.

Daar liep Esther Ottens tegenaan bij het vertalen van Een tuintje op je buik van de Duitse Katharina von der Gathen (uitgeverij Gottmer). Een goed voorbeeld is het hoofdstukje ‘Een typische uitvaart’. De uitvaart die daarin wordt beschreven, is voor Nederlandse lezers namelijk helemaal niet zo typisch. Bovendien stonden er vier prachtige tekeningen bij die de onbekende gang van zaken nog eens benadrukten.

Daarmee kreeg de vertaler een extra verantwoordelijkheid. Niet alleen de tekst moest kloppen; ook de verhouding tussen tekst en beeld moest overeind blijven en er moest recht gedaan worden aan de tekeningen. Samen met redacteur Noa Tims moest Ottens daarom voortdurend zoeken naar de juiste balans. Dankzij voorzichtig overleg met schrijver Katharina, illustrator Anke en hun uitgever lukte dat uiteindelijk.

Voor Jan Willem Bos, die Theodoros van Mircea Cărtărescu uit het Roemeens vertaalde (uitgeverij De Bezige Bij), was dat cultuurprobleem nog fundamenteler. Cărtărescu gebruikt een bonte woordenschat waarvoor het Nederlands vaak gewoon geen direct equivalent heeft. Voor honderden zinnen moest Bos naar woordenboeken en andere naslagwerken grijpen. Het was een heel gepuzzel tot hij de juiste toon te pakken had. Een goed voorbeeld is dit fragment, waarin Boekarest met alle zintuigen wordt beschreven:

‘Boekarest kwam op jou over niet als een stad opgetrokken uit muren, planken en dakpannen, maar bestaande uit stank, geur en meur, reuk en odeur, aroma’s en luchtjes, rozen en munt en halva en bazielkruid en loog en raki, rottende aardappels en kadavers en mest, en overal menselijke drek, en het zoete bouquet van koffie, rozijnen en dadels in de winkels, en de zurige geur van borsjtsj, en de dichte begroeiing van zinnia’s en meidoorns voor de huizen, de geraniums in de vensters en de siertabak die zich in de avondschemering bitter opende, de wierook die boven de tientallen kerken walmde…’

Liedjes en gedichten in vertaling

Wie denkt dat vertalen ophoudt bij proza, heeft buiten de dichters, liedjesschrijvers en meertalige personages gerekend. In een literair boek kan een vertaler ineens ook dichter of songwriter moeten worden. Willem Jan Kok, die Het laatste jaar van Matt Goodfellow uit het Engels vertaalde (Volt Kinderboeken), kijkt bij een nieuwe tekst dan ook meteen of er liedjes of gedichten in staan. Dan noteert hij ze meteen in een apart document om eraan te kunnen schaven.

In Het laatste jaar schrijft Nate, de beginnende dichter in het verhaal, ook een aantal gedichten op rijm, zoals het Turner poem. Kok wilde het rijmschema behouden, er meer wiskundetermen in verwerken én het gewelddadige karakter van de pestkop benadrukken. Omdat hij met de naam Turner niet veel kon, veranderde hij het personage uiteindelijk in Luke. Tegelijkertijd moest het taalgebruik geloofwaardig blijven voor een jongen van twaalf.

De oorspronkelijke versie:

Turner’s no learner
he’ll fight and he’ll burn ya
he’s done things that can’t be forgiven.

Turner, man, Turner
those fists gonna earn ya
a stay in triangular prison.


werd:

Een breuk is voor Luke
’t gevolg van een hoek
een diagonaal door een vel.

Luke, sukkel, bedaar
straks zit je 5 jaar
met spijt in een vierkante cel. 

Vertaling-in-vertaling

Bij Nevermore van Cécile Wajsbrot, door Josephine Rijnaarts uit het Frans vertaald (uitgeverij Oevers) wordt het nog ingewikkelder. De hoofdpersoon is namelijk een Franse vertaalster die een Engelse tekst naar het Frans vertaalt. Niet zomaar een tekst, maar het poëtische middenstuk ‘Time Passes’ uit Virginia Woolfs To the Lighthouse.

De hoofdpersoon vertelt niet alleen dát ze die tekst vertaalt; ze doet het ook daadwerkelijk in de roman, zin voor zin; twijfelend, tastend, variërend. Voor de lezer ontstaat daardoor een fascinerend kijkje in het hoofd van een vertaler. Alleen: het hoofd waarin we kijken is dat van een Franse vertaalster.

En daarmee kwam Rijnaarts voor een dilemma te staan. Moest ze de Franse hoofdpersoon de Engelse tekst in het Frans laten vertalen en vervolgens als Nederlandse vertaalster uitleggen hoe dat allemaal zat? Of moest ze doen alsof haar neus bloedde en de Franse hoofdpersoon de Engelse tekst rechtstreeks in het Nederlands laten vertalen? ‘Ik heb ervan wakker gelegen!’ zegt Rijnaarts. Wie het boek leest, weet welke optie ze uiteindelijk heeft gekozen… 

Een vertaling is nooit af

En van welk woord of welke zin ligt Erik Bindervoet, de vertaler van Djuna Barnes Nachtwoud (uitgeverij Orlando) nog steeds wakker? Bindervoet vindt dat bijna een strikvraag, omdat hij zich gedwongen voelt ‘terug te gaan in de tijd, naar de overwegingen en alternatieven, de wanhoop bij wijlen, die je als het goed is hebt achtergelaten of dan toch verwerkt in de vertaling zelf, als geheel.’ Maar er is één zin waar hij wel meteen aan denkt, uit een van de oeverloze en besmettelijke monologen van Dr. Matthew-Matthew-Machtige-met-een-korreltje-zout-Dante-O’Connor, het personage dat het meest aan het woord is:

‘Gurus, who, I trust you know, are Indian teachers, expect you to contemplate the acorn ten years at a stretch, and if, in that time, you are no wiser about the nut, you are not very bright, and that may be the only certainty with which you will come away, which is a post-graduate melancholy—for no man can find a greater truth than his kidney will allow.’

De vertaling luidt nu:

‘Goeroes die, zoals je ongetwijfeld weet, Indiase leraren zijn, verwachten dat je tien jaar aan één stuk door over de eikel contempleert, en als je, in die tijd, niet veel wijzer bent geworden over de noot, dan ben je niet bijster slim, en misschien is dat wel de enige zekerheid die je eraan overhoudt, de melancholie van na het afstuderen – want niemand kan een grotere waarheid vinden dan zijn nier vergunt.’

Vorm en inhoud gaan hier hand in hand. Het Nachtleven waar het in dit boek om draait, is immers niet alleen schimmig en duister, het speelt zich voor een deel af op Verboden Terrein, met zaken die het Daglicht niet verdragen en een Liefde die haar naam niet vermag te zeggen… Met andere woorden, zegt Bindervoet: ‘die ‘eikel’ is misschien wat al te opzichtig. Helaas is daar voor een vertaler niets aan te doen, want een ’acorn’ is ‘nu eenmaal’ een eikel – zij het in het Engels niet in onze driedubbele zin des woords – immers ‘glans’ als je het over de eikel hebt, en ‘oaf’ of ‘knobhead’ als je het over een eikel hebt.’

Wie wint de Filter Vertaalprijs 2026?

Je leest het: alle genomineerde vertalers hebben wel een woord, zin of ander vertaalprobleem waar ze hoofdpijn van kregen of van wakker lagen. Maar uiteindelijk hebben al deze vertalers een geweldige prestatie geleverd. Woensdag 30 september 2026 weten we welke vertalers de Filter Vertaalprijs 2026 winnen (er is een 'gewone' Filter Vertalaprijs en een Filter Vertaalprijs voor kinder- en jeugdboeken). Die avond worden de winnaars tijdens een publieksprogramma bekendgemaakt op International Translation Day, in Utrecht tijdens het ILFU Festival. De presentatie van deze uitreiking is in handen van Mirjam van Hengel. Zij zal alle genomineerde vertalers op het podium interviewen.

Toegang tot de feestelijke uitreiking van de twee Filter Vertaalprijzen is gratis; wel vragen we je om je vooraf aan te melden met dit formulier.