Wat te doen met de lintworm?
Eugenie Schoolderman, die Razend van Ariana Harwicz uit het Spaans vertaalde (uitgeverij Vleugels) liep tegen een probleem aan toen het ene personage, een advocaat, een tip gaf aan de ander om een betere indruk te maken bij de rechter. De advocaat zegt: ‘No se muestre como una lombriz solitaria.’ Letterlijk: ‘Gedraag u niet als een lintworm.’ In het boek zegt Lisa een paar keer dat ze veel eet en heel dik is, vandaar dat Schoolderman dacht in de richting van: ‘Ga u niet ongans lopen eten.’
Schoolderman had via de app een hotline met Harwicz, waardoor ze haar alles kon voorleggen. Over de lintworm bleef twijfel bestaan, dus toch maar weer een appje. Harwicz antwoordde dat ze iemand bedoelde die buiten de maatschappij staat. Uiteindelijk werd het: ‘Gedraag u niet als een rare eenzaat.’
En met een woordgrap?
Ook Annemarie Vlaming, die Wolf van Saša Stanišic uit het Duits vertaalde (uitgeverij Luitingh-Sijthoff), liep tegen een woord aan dat verschillende betekenissen tegelijk heeft:
Hast du je von »Schluft« gehört? Ja, das ist ein Dorf, wir sind da durchgefahren. Wurde 1752 von Spinnern gegründet. Bestimmt spaßig da, denkt man erst. Gemeint sind aber gar nicht die interessanten Spinner, die ein bisschen anders drauf sind, sondern – ach, guck doch selber nach.
Spinner würde ich übrigens nicht aussterben lassen. Gegen ein bisschen Spinnen ist nichts einzuwenden.
Het werkwoord spinnen in het Duits kan zowel spinnen van bijvoorbeeld zijde of wol betekenen als bazelen, fantaseren, niet helemaal sporen. Dus als Kemi zegt: Bestimmt spaßig, bedoelt hij natuurlijk dat het dikke pret moet zijn in een dorp dat is opgericht door mafkezen.
Dit was een lastige, want het dorp Schluft bestaat echt en is daadwerkelijk door spinners opgericht. Die spinners moesten dus blijven staan, aldus Vlaming. Dat betekende helaas wel dat de grap moest sneuvelen, want een Nederlands woord dat zowel ‘iemand die spint’ als ‘mafkees’ betekent, kon ze ook na lang zoeken en nadenken niet vinden.
Maar toen bedacht Vlaming dat personage Kemi nogal van vlinders houdt, en een spinner kan ook een nachtvlinder zijn. Voor het gemak maakte ze er zijdespinners van, omdat die iets herkenbaarder leken, zowel als textielspinners als vlinders.
Heb je ooit van Schluft gehoord? Ja, dat is een bestaand dorp, we zijn er doorheen gereden. Ontstaan in 1752 toen zijdespinners zich daar vestigden. Hoe dan, vliegend? denk je in eerste instantie. Maar ze hebben het niet over nachtvlinders, van die harige, maar – ach, zoek zelf ook maar op.
Zijdespinners zou ik overigens niet laten uitsterven. Niks mis met wat nachtelijk gefladder.
Een grap vertalen betekent soms dus ook accepteren dat je de oorspronkelijke grap kwijtraakt, en vervolgens op zoek gaan naar een nieuwe.
Niet vertalen is ook vertalen
De eerste zin van een verhaal is natuurlijk belangrijk, ook voor een vertaler. Kees Mercks vertaalde De brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek uit het Tsjechisch (uitgeverij Pegasus). Dat boek begint op het oog heel eenvoudig: ‘Ze hebben onze Ferdinand vermoord’. In het Tsjechisch: Tak nám zabili…
Maar in dat eerste woordje, tak, letterlijk ‘zo’, schuilt een vertaalprobleem. Mercks probeerde verschillende manieren om dat woord in het Nederlands weer te geven. Bijvoorbeeld met een toevoeging als ‘Nee maar’ of ‘Moet je horen’. Maar tak kan in het Tsjechisch ook vooral de intonatie van de zin bepalen. Uiteindelijk verdween het woord daarom helemaal uit de Nederlandse vertaling. De lezer krijgt zo zelf de ruimte om te bepalen hoe de openingszin klinkt: geëmotioneerd, geschokt, verbaasd of juist als een feitelijke mededeling.
Vertalen is dus soms ook besluiten dat een woord níét meegaat naar het Nederlands.
Cultuursensitief
Zelfs wanneer er op woord- of zinsniveau geen spectaculaire vertaalproblemen zijn, kan een vertaler voor allerlei uitdagingen komen te staan. Want een boek speelt zich niet alleen af in een taal, maar ook in een cultuur, en gebruiken, rituelen, beelden en vanzelfsprekendheden kunnen per taalgebied enorm verschillen.
Daar liep Esther Ottens tegenaan bij het vertalen van Een tuintje op je buik van de Duitse Katharina von der Gathen (uitgeverij Gottmer). Een goed voorbeeld is het hoofdstukje ‘Een typische uitvaart’. De uitvaart die daarin wordt beschreven, is voor Nederlandse lezers namelijk helemaal niet zo typisch. Bovendien stonden er vier prachtige tekeningen bij die de onbekende gang van zaken nog eens benadrukten.
Daarmee kreeg de vertaler een extra verantwoordelijkheid. Niet alleen de tekst moest kloppen; ook de verhouding tussen tekst en beeld moest overeind blijven en er moest recht gedaan worden aan de tekeningen. Samen met redacteur Noa Tims moest Ottens daarom voortdurend zoeken naar de juiste balans. Dankzij voorzichtig overleg met schrijver Katharina, illustrator Anke en hun uitgever lukte dat uiteindelijk.
Voor Jan Willem Bos, die Theodoros van Mircea Cărtărescu uit het Roemeens vertaalde (uitgeverij De Bezige Bij), was dat cultuurprobleem nog fundamenteler. Cărtărescu gebruikt een bonte woordenschat waarvoor het Nederlands vaak gewoon geen direct equivalent heeft. Voor honderden zinnen moest Bos naar woordenboeken en andere naslagwerken grijpen. Het was een heel gepuzzel tot hij de juiste toon te pakken had. Een goed voorbeeld is dit fragment, waarin Boekarest met alle zintuigen wordt beschreven:
‘Boekarest kwam op jou over niet als een stad opgetrokken uit muren, planken en dakpannen, maar bestaande uit stank, geur en meur, reuk en odeur, aroma’s en luchtjes, rozen en munt en halva en bazielkruid en loog en raki, rottende aardappels en kadavers en mest, en overal menselijke drek, en het zoete bouquet van koffie, rozijnen en dadels in de winkels, en de zurige geur van borsjtsj, en de dichte begroeiing van zinnia’s en meidoorns voor de huizen, de geraniums in de vensters en de siertabak die zich in de avondschemering bitter opende, de wierook die boven de tientallen kerken walmde…’